vrijdag 26 juni 2009

michael jackson


what you left in the morning
can be gone at night
we just wanna hug you
en hold you so tight
maybe you can see us
your watching from above?
you see, we cant forget you
youre still the one we love.
angels take good care of you
of that im pretty sure
cause youre one of them,my angel
my angel on the second floor.
from now on , each day that we live
will bring us closer to:
the best thing ever happend to us
it brings us back to you.

dinsdag 23 juni 2009

jack gyllenhaal


Jacob (Jake) Benjamin Gyllenhaal (Los Angeles, 19 december 1980) is een Amerikaans acteur. Hij werd voor een Academy Award genomineerd voor zijn rol in Brokeback Mountain. Diverse andere filmprijzen vielen hem inmiddels wel ten deel, waaronder een BAFTA Award
diene persoon zou ik wel eens in levende lijve willen ontmoeten

heath ledjer


Heathcliff Andrew (Heath) Ledger (Perth, 4 april 1979 - New York City, 22 januari 2008) was een Australisch acteur. Hij won in 2009 postuum een Academy Award voor zijn rol in The Dark Knight, nadat hij in 2006 al eens werd genomineerd voor Brokeback Mountain. Hij kreeg in totaal 39 acteerprijzen toegekend (waarvan 28 postuum), waaronder een BAFTA Award, een Golden Globe en een Rembrandt Award.

zondag 14 juni 2009

vaderdag

wens iedere vader ne gelukkige vaderdag spijtig dat het zo een slecht weer is in gent

zaterdag 13 juni 2009

Romain Deconinck (Gent, 7 december 1915 - , 1 december 1994) was een Vlaams acteur, zanger, komiek, regisseur en conferencier. Hij wordt gezien als één van de boegbeelden van het Vlaamse volkstheater. Bij het grote publiek was hij vooral bekend omwille van zijn samenwerkingen met Gaston en Leo en zijn radioprogramma de peperbus.

Hij begon in de jaren 40 met burleske revues, die hij in de loop der jaren geleidelijk tot volwaardige stukken uitbreidde. De Gentse Minardschouwburg stond bekend als de vaste stek van zijn gezelschap, Romain Deconinck en zijn beren genoemd. Hij schreef, regisseerde en speelde zelf; zijn toneelstukken waren voor de overgrote meerderheid volkse komedies, af en toe met een thriller afgewisseld. Deconinck richtte zich op een zo breed mogelijk publiek: de humor moest eenvoudig zijn, en het stuk diende steeds toegankelijk te blijven. De acteurs van het gezelschap waren eveneens amateurs. In totaal schreef hij ruim 140 verschillende toneelstukken; tot de bekendste behoren Bij Tante Wanne en Dag Katrien. Sommige zijn in het min of meer vaste repertoire van het volkstoneel opgenomen.

Deconinck speelde mee in de films Mira, Help! de dokter verzuipt en Dokter Pulder zaait papavers en regisseerde de tv-series Slisse & Cesar en De Kolderbrigade. In de Urbanusfilm Koko Flanel speelde hij Urbanus' vader. In een andere tv-serie "De Filosoof van Haeghem" speelde hij eind jaren zestig de hoofdrol van Titten, naar het werk van Jef Scheirs. Ook was hij te zien in de eerste aflevering van De Collega's : "Met Pensioen".

Hij werd in 1987 door de Snorrenclub Antwerpen tot "Snor van het Jaar" uitgeroepen.

In het najaar van 2005 brachten theater Taptoe en theater Malpertuis & Minard een eerbetoon aan de man. Dit kaderde in een grotere actie Romain Royal, georganiseerd door het Amsab-ISG naar aanleiding van de 25e verjaardag van die instelling. Datzelfde jaar eindigde hij ook op nr. 284 in de Vlaamse versie van De Grootste Belg, buiten de officiële nominatielijst.

Van Romain Deconinck is een standbeeld opgericht; dit beeldt hem af in een van zijn bekendste rollen, als inspecteur Kamiel Sprottaert. Het standbeeld zit op de trappen vóór de Minardschouwburg.

Romain Deconinck was drie maal gehuwd, van 1967 tot zijn overlijden, was dit met Yvonne Delcour.

zaterdag 23 mei 2009

vina bovi


Malvina (Vina) Johanna Pauline Felicita Bovy (Gent, 22 mei 1900 - aldaar, 16 mei 1983) was een Belgische sopraanzangeres die internationaal actief was tijdens het interbellum. Na de Tweede Wereldoorlog was ze tevens een tijdje directrice van de Koninklijke Opera van Gent.



vina bovy

Haar eerste optreden vond plaats op 17 september 1916 te Gent waar ze tijdens de opening van een nieuwe feestzaal de aria's uit Roméo et Juliette van Charles Gounod zong. In 1917 werd Bovy lid van het Operagezelschap van de Vlaamse Schouwburg van Gent. Hiermee trad ze tot in 1921 op in de verscheidene Gentse theaters en zong er werk van Franse, Italiaanse (zoals Giacomo Puccini) maar ook van Vlaamse componisten (zoals August de Boeck).

In 1921 trad Bovy voor het eerst op in Parijs in de rol van Rosine in Il barbiere di Siviglia van Gioacchino Rossini. Tussen 1922 en 1925 was Bovy verbonden aan de Muntschouwburg te Brussel, waar ze debuteerde in Manon van Jules Massenet. Diezelfde rol zong ze vanaf 1925 in de Parijse Opéra-Comique. In 1926 kwam Bovy opuitnodiging van Arturo Toscanini naar Milaan, waar ze bijkomend onderricht kreeg van de repetitor van het Teatro alla Scala. Het daaropvolgend jaar zong ze opnieuw Manon in Buenos Aires en in Rio de Janeiro. In 1928 keerde Bovy terug naar Europa en trok naar de opera van Monte Carlo, waar ze vele rollen zong uit het Franse en Italiaanse repertoire. Ze leerde er de Italiaanse edelman Norberto Fischer kennen waarmee ze rond 1930 trouwde. Het echtpaar ging in de voormalige villa van keizerin Eugénie aan de Azurenkust wonen. Bovy stopte haar carrière voor een aantal jaar.

Vanaf 1933 nam Bovy de draad weer op en trad op in verscheidene Zuid-Franse steden. Onder leiding van André Cluytens zong ze in 1934 in Toulouse Il barbiere di Siviglia en in 1941 in Bordeaux Manon, Faust en La traviata van Giuseppe Verdi. Op 12 oktober 1935 maakte Bovy haar debuut in de opera van Parijs met Rigoletto. In 1936 tekende Bovy een driejarig contract met de Metropolitan Opera in New York en debuteerde daar in La traviata. Op 23 januari 1937 schreef Bovy er geschiedenis door als eerste sopraan ter wereld de vier vrouwenrollen in Les contes d'Hoffmann van Jacques Offenbach te zingen.

Tussendoor zong ze regelmatig in het Teatro Colón in Buenos Aires aan de zijde van bekende tenoren zoals Beniamino Gigli en Giacomo Lauri-Volpi. In 1938 zong Bovy in de Carnegie Hall van New York de sopraanpartij van de 9e symfonie van Ludwig van Beethoven met het NBC Symphony Orchestra onder leiding van Arturo Toscanini. Een acute appendicitis en het begin van de Tweede Wereldoorlog maakten echter een einde aan haar internationale zangcarrière. Tijdens de oorlog bleef Bovy nog optreden in de Franse operahuizen.

donderdag 21 mei 2009

mammelokker

De Mammelokker, tegen het Belfort en de Lakenhalle aangebouwd, Botermarkt 18, Gent.
Beschermd monument, 28 december 1936.

In 1741 werd de stadsgevangenis, die tot dan aan de Korenmarkt stond, tegen het Belfort en de Lakenhalle aangebouwd.

Het luchtige ontwerp van de bekende bouwmeester David 't Kindt doet geenszins aan een gevangenis denken. Dit gebouw werd opgetrokken uit blauwe hardsteen met bossagewerk en een mansardedak. Door zijn gebogen voorgevel en het gebruik van geblokte driekwartzuilen bevindt dit gebouw zich stilistisch op de overgang van Lodewijk XIV naar Lodewijk XV stijl.

Het reliëf in het gevelveld van het onregelmatige fronton boven de ingang stelt de Romeinse legende van Cimon voor : een jonge vrouw redde door borstvoeding het leven van haar vader, veroordeeld tot de hongerdood. Vandaar trouwens de Gentse benaming "Mammelokker".

dinsdag 19 mei 2009

stamboom

mijne stamboom bevind zich op www.myheritage.nl

stamboom


al ruim dan een jaar hou ik mij bezig met mijn stamboom voor de naam van essche zitten we tot 1500 maar de naam hoste en vermeir gaan niet ver
de foto die je hier zie is de twouwfoto van mijn ouders in gent op 11 juli 1946

louis armstrong

Armstrong bracht zijn armoedige jeugd door in een ruwe wijk in het centrum van New Orleans. Hij leerde de cornet bespelen in de band van het New Orleans tehuis voor Jonge, Verwaarloosde Kleurlingen, waar hij heen gezonden werd omdat hij bij een Nieuwjaarsviering een pistoolschot gelost had. Hij volgde brass band parades en luisterde wanneer hij maar kon naar oudere musici, pikte het vak op van Bunk Johnson, Buddy Petit en vooral van "King" Joe Oliver, die de rol van mentor (en bijna van vader) voor de jonge Armstrong op zich nam. Later speelde Armstrong in diezelfde brassbands op de rivierboten van New Orleans en begon voor het eerst rond te reizen toen hij bij de vooraanstaande band van Fate Marable kwam, die rondtoerde op stoomboten op de Mississippi; hij beschreef later zijn tijd bij Marable als zijn "studententijd", omdat hij hier een enorme ervaring opdeed met uitgeschreven orkestraties. Toen Joe Oliver in 1919 uit New Orleans vertrok, nam Armstrong zijn plaats in in de band van Kid Ory, destijds de meest swingende jazz-band in de stad.

In 1922 ging Armstrong mee met de grote exodus naar Chicago, waar hij door Joe Oliver uitgenodigd was om mee te doen in diens Creole Jazz Band. In het begin van de jaren '20, in een tijd waarin Chicago het centrum van het jazz-universum was, was Olivers band de beste, "hotste" en meest toonaangevende jazz-band van heel Chicago. Hun opnamen uit 1923 worden nog steeds beschouwd als schoolvoorbeelden van New Orleans jazz in ensemble stijl.

Armstrong had het naar zijn zin bij Oliver, maar zijn vrouw, Lil Hardin Armstrong, vond dat hij hoger aangeprijsd moest worden. Armstrong en Oliver gingen in 1924 vriendschappelijk uit elkaar en Armstrong vertrok naar New York om bij de Fletcher Henderson Orchestra - in die dagen de crème de la crème van zwarte bands - te gaan spelen. Daarnaast maakte hij solo-opnamen die verzorgd werden door zijn oude vriend uit New Orleans, de pianist Clarence Williams. In 1925 keerde hij terug naar Chicago en begon onder zijn eigen naam opnamen te maken met zijn beroemde Hot Five en Hot Seven Bands. Zij scoorden hits als "Potato Head Blues", "Muggles" (een referentie aan Armstrongs levenslange hobby, marihuana) en "West End Blues", de muziek waarvan hij in de daaropvolgende jaren de standaard en de toon zette. "Melancholy Blues", uitgevoerd door Armstrong en zijn Hot Seven band, was bij de muziekstukken die op de gouden plaat meegingen met de Voyager-sonde als een van de grootste mijlpalen der mensheid.

In 1929 keerde Armstrong terug naar New York, verhuisde in 1930 naar Los Angeles en toerde daarna door Europa. Hij spendeerde jaren achter elkaar aan de ene tournee na de andere tot hij in 1943 uiteindelijk permanent neerstreek in Queens in New York.

Armstrong werd bij zijn opnamen echter veel te vaak begeleid door orkesten van klassieke, stijve harken waardoor alleen zijn sublieme spel interessant was op zijn opnamen. Als live performer bleef hij echter groeien en zijn optredens in nachtclubs werden enorm populair.

Gedurende deze hele tijd kon de wereld het opbloeien aanschouwen van een jazz-genie als geen ander. Hoewel hij onderhevig was aan de wisselvalligheden van Tin Pan Alley en de van gangsters doordrenkte muziekindustrie, bleef hij zich ontwikkelen en het publiek aanspreken. Hij bleef de volgende 30 jaar rondreizen en one-night-stand optredens geven in een slopend schema van 300+ dagen per jaar. Hij trad op in meer dan 30 films.

Zijn meeste tournees na het eind van de jaren '40 werden begeleid door zijn band de All Stars, waarin Barney Bigard, Jack Teagarden, Earl Hines, Trummy Young en Barrett Deems meespeelden. Ook bleef hij veelvuldig opnamen maken.

Louis Armstrong stierf op 6 juli, 1971 en werd begraven op Flushing Cemetery, Flushing te Queens, New York.

hallo

mijn naam is van essche filip geboren in gent wat mij intreseert citaten worden hier geschreven en verwerkt